companjen.reismee.nl

Dag 153: En we zijn weer thuis!

De allerlaatste update, het moest er een keer van komen helaas. En ook nog eens een korte, geschreven vanuit de vertrekhal van Hong Kong en tijdens het begin van de vlucht, voor de slaap toesloeg. Op het moment van plaatsen ben ik weer als vanouds terug in Nederland, bij de ouders in Arnhem die me net van Schiphol hebben opgehaald samen met broer Ben en goede vriend Steven. De vlucht met Royal Jordanian is voorspoedig verlopen met genoeg versnaperingen (totaal 4 maaltijden werden me aangeboden) en entertainment om me bezig te houden. De vorige keer dat ik schreef was anderhalve week geleden, bij mijn tweede bezoek aan Xi'an in een noordelijke provincie van China. Sindsdien heb ik flink moeten afzakken om mijn laatste bestemming Hong Kong te bereiken. Het begon vorige week woensdag met het ophalen van mijn verlengde visum in mijn paspoort. Dit verliep voorspoedig, al werd ik door de plaatselijke baliemedewerker even aan het lijntje gehouden toen hij me zei dat ik direct had moeten betalen bij het aanvragen van het visum en dat ik nu nog eens vijf dagen zou moeten overbruggen tot de aanvraag verwerkt zou zijn. Dit bleek na een korte check bezijdens de waarheid, want mijn paspoort bevatte (gelukkig!!) wel mijn visum. Of hij het expres deed of gewoon niet op de hoogte was van nieuwe protocollen weet ik niet, maar het laat zien dat de mogelijkheden legio zijn om mensen aan het lijntje te houden op dergelijke door de overheid gereguleerde kantoren. Die avond kon ik gelijk door met de trein naar Chengdu, een ruime 15 uur per trein. Het is in een Chinese trein nooit te voorspellen in wat voor drukte je terecht komt, zeker waar het de zitcoupé's betreft. Heel vaak is het namelijk zo dat alle stoelen vergeven zijn en vervolgens een significant aantal reizigers kaartjes bezit zonder zitplek en deze mensen hopen zich dus op in het gangpad en waar ook maar enige ruimte is om te hangen. Deze rit viel het alles mee, na een station ergens vroeg in de ochtend kon ik zelfs een drietal stoelen innemen om mijn moeizame slaap te vervolgen, luxe..! In Chengdu aangekomen kon ik na enige uren bijkomen in het gezellige hostel (Sim's Cozy Garden, aanrader!) zowaar eens participeren in een actief potje voetbal. Want hoewel de steden over het algemeen vol zijn gebouwd met grauwe flatgebouwen en grote avenues die overdag standaard dichtgeslibd raken met auto's, vind je met enige lokale kennis wel eens een enorm sportveld tussen de gebouwen in waar een met name jonger deel van de bevolking zich vermaakt met diverse (team)sporten. Die gouden medaille-kandidaten moeten ergens tot kampioen gevormd worden.. Binnen de kortste keren liep ik uiteraard over van het zweet, maar het was een leuke afwisseling van de normale reisfitness in de vorm van backpack-sjouwen en grote afstanden wandelen door megasteden. Op vrijdag ging ik vroeg uit de veren om de plaatselijke panda-opvang te bezoeken, de grootste trekpleister van Chengdu. En ik werd niet teleurgesteld: de sexschuwe dieren zijn vertederend (ik kan er geen ander woord voor verzinnen) en ook al doen ze weinig anders dan bamboe eten en slapen, ze blijven fascinerend en bizar fotogeniek. En ook bij de kleinere rode panda's kon ik nauwelijks van mijn fotocamera afblijven. Vervolgens ben ik samen met Helena, een Duitse uit de ochtendgroep het centrum van Chengdu gaan verkennen. Het centrale plein doet niet onder aan wat je van een provinciehoofstad mag verwachten, met genoeg ruimte voor mogelijke parades en daarop uitkijkend een geweldig groot beeld van Mao. De parken geven meer ruimte aan het allerdaagse vrijetijdsleven van smogmoeie Chinezen: in de uithoeken ervan kun je rust vinden, maar ook meedoen met een van de vele dansgroepjes, kaartspellen (met standaard een flink aantal toeschouwers) of vals karaoke zingen (op vol volume, elkaar verstaan is onmogelijk als je dichtbij staat). De meest relaxte plek was wel een tempelcomplex een paar kilometer uit het centrum, waar tai chi wordt gebezigd en intense rust heerst. Dat kon ik wel gebruiken om me op te laden voor de treinrit de volgende dag: ik zou vanaf Chengdu honderden kilometers naar het zuiden reizen, om via Guilin in Yangshuo te komen. Deze tocht duurde uiteindelijk meer dan 30 uur van deur tot deur, waarvan ik 26 uur in een trein zonder airco moest doorbrengen. De langste tocht tijdens mijn gehele reis en dat in het meest krakkemikkige vervoersmiddel dat ik op mijn reis gezien had. De temperatuur was de gehele rit niet te harden, door de open ramen werden we elke paar minuten getrakteerd op een immens lawaai van de ontelbare tunnels waar we doorheen tuften en in de laatste 6 uur van de rit heb ik geen drankverkoper gezien, terwijl ik het toen het hardste nodig had.. Hoe fijn was het dan ook om aan te komen in het prachtige natuurgebied rond Yangshuo! Na één nachtje in Yangsuo zelf te hebben geslapen, ben ik de volgende dag uit het toeristische oord vertrokken om een kleiner dorpje (Xingping) op te zoeken. Door de hoge temperaturen had ik weinig behoefte om heel lang de buurt te verkennen, maar het dakterras en de vele boottochtaanbieders boden hierin uitkomst. Waar anderen een strand opzoeken om vakantie te vieren, was ik met deze omstandigheden al meer dan content. Daarnaast had ik in het dorp leuk contact met twee Duitse aankomend PhD-studentes (Susanna en Simone) die net als ik er 5 maanden tussenuit waren. De dagen daar waren dan ook zo om. Afgelopen woensdag begon de laatste etappe binnen China, richting de metropool Hong Kong. Na de 10-urige busrit - opgepropt als sardientjes zoals ik al eerder in Vietnam had ervaren - doemde daar met wat zoeken de Chinees-Hong Kongse grens op. En we waren niet de enigen die de oversteek wilden maken (want ook al hoort Hong Kong sinds 1997 officieel bij China, het is op veel vlakken nog steeds een autonoom gereageerde ministaat).. De rijen die er stonden zijn vergelijkbaar met een hele populaire pretparkattractie op de drukste dag van het jaar. Dolle pret! Zeker met mensen die zodra er een gebied wordt vrijgegeven gaan rennen en die totaal geen gêne kennen waar het voordringen betreft. De Duitse meiden was ik al ergens kwijtgeraakt, maar gelukkig kon ik met mijn Australische buurvrouw uit de bus nog de nodige grappen maken om de boel te relativeren. Na deze horde te hebben overleefd ging het vervolg voorspoedig: niet al te lang erna was daar die prachtige skyline van Hong Kong, de stad die ik eerder in 2010 had bezocht met mijn studievereniging AEclipse. Uiteraard was dit bezoek heel anders dan toen, zeker waar het doel, gezelschap en budget betreft, maar de levendigheid van de stad is iets wat altijd opvalt. Dit is een stad met een puur kapitalistische markteconomie, waar 25% van de bevolking miljonair is en vele anderen moeite hebben om de torenhoge leefkosten op te brengen. Toch is het eindresultaat een plek waar veel westerlingen zich heel goed op hun plek (zouden) voelen. Mijn reis heeft hier een goed einde kunnen vinden, met een fijn bezoek aan Victoria Peak op vrijdagavond, met een prachtige uitkijk over de stad die tot diep in de nacht helder verlicht wordt. Gistermiddag nog een bezoekje aan de bioscoop gebracht, om een lokale productie te bekijken en aan de hitte van de stad te ontkomen en toen moest ik er toch eindelijk aan geloven: hiermee is het einde bereikt.

Nu al terugkijkend, kan ik niets anders concluderen dat het opgeteld één grote geweldige ervaring is geweest die me gebracht heeft wat ik eruit wilde halen. Natuurlijk waren er momenten van kleine frustraties wanneer er dingen gebeurden die totaal onverwacht waren of geheel onlogisch voorkwamen in mijn westerse geest, maar dat alles valt in het niet bij alle plezierige momenten die ik heb mogen beleven in bijzondere steden, prachtige natuurgebieden, op tropische eilanden en tijdens de vele reismomenten op mijn trip. In de 5 maanden van huis heb ik (inclusief heen- en terugvlucht) ruim 43000 kilometer afgelegd (www.tripline.net/companjen), meer dan de omtrek van de aarde! Ik was erg blij met de afwisseling die neef Menno bracht tijdens zijn aanwezigheid voor ruim 7 weken in Z-O Azië; heb hele leuke mensen ontmoet tijdens mijn reis; heb bijna meer contact met het thuisfront (en zéker met overige familie) gehad dan bij thuisblijven het geval was geweest; en daarnaast uitgebreid de mogelijkheid gehad om stevig over mijn leven en de nabije toekomst na te denken. Dat was allemaal niet gebeurd zonder zo'n prachtige reis, dus kan geen moment zeggen dat ik er spijt van heb gehad hieraan te zijn begonnen. Ook wil ik alle mensen bedanken die via deze site (vooral familie :) ) hebben gereageerd of via Facebook/Google+. Door jullie voelde ik me gesteund in mijn verdere reizen, zonder me eenzaam te gaan voelen. Vijf maanden vliegen ook zo om en nu is het tijd om het vervolg van mijn studie met frisse ideeën er echt doorheen te knallen. Ook hierop kan ik nauwelijks wachten!

Tot ziens in Nederland!

Ries

P.S. voor het gemak nog even alle fotopagina's op een rij:
India - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5753383481929201313?authkey=CNel0K6I3Z-awgE
Z-O Azië met neef Menno - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5753386334680351761?authkey=CKOnmsy02KT5jAE
Vietnam - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5760136271538562897?authkey=CKmH2OTd4fqlTQ
China (& Hong Kong) - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5772037881793030545?authkey=CI2C6Ljyhfvp0wE

Dag 141: Vanuit Xi'an - Ervaringen in bijzonder China (nog maar 1,5 week te gaan!)

Hoi!

Nieuwe foto's van China - de primeur hier ditmaal, want Facebook is een drama met de langzame internetsnelheden in China: https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5772037881793030545?authkey=CI2C6Ljyhfvp0wE

Hoogste tijd voor een nieuw verhaal uit het verre oosten. Op het moment van schrijven ben ik net opnieuw in Xi'an aangekomen na een 6,5 uur durende treintocht in een overvolle coupé vanuit Zhengzhou, een verre van toeristische stad 500 km ten oosten van Xi'an. Daar heb ik gisteren met min of meer toeval kunnen afspreken met een dispuutsgenoot van me die met zijn ouders is meegekomen om het project te zien dat zij sponsoren (in het teken van door de maatschappij verstoten weeskinderen, waarvan het leeuwendeel tevens moet leven met soms ernstige lichamelijke/psychische aandoeningen). Helaas (maar ook begrijpelijk, want het is moeilijk te voorspellen hoe de sociaal moeilijke kinderen reageren op nieuwe onbekende gezichten) kon ik geen kijk nemen op het projectterrein zelf, maar het was een geslaagd weerzien met Martijn in deze verder vrij saaie stad. Het tempo waarop ik reis is in dit laatste land afgenomen ten opzichte van ervoor. Dit heeft meerdere oorzaken. Enerzijds is er de belangrijke noodzaak van de financiële situatie: China is overduidelijk een stuk duurder dan waar ik op gehoopt had, zeker bij toeristische attracties lijkt hier geen aandacht voor de kleine portemonnee van de gemiddelde Chinees (laat staan backpacker). En ook door de flinke afstanden zijn treinkaartjes niet zo heel goedkoop en vormen deze een aardige aanslag op mijn dagbudget. Anderzijds is het soms ook wel fijn om niet steeds weer opnieuw de rugzak op de rug te hoeven binden en van hot naar her te racen om een checklist af te gaan van dingen die je gezien moet hebben. Het rustige tempo geeft de volle mogelijkheid om alle eigenaardigheden van het Chinese volk in me op te nemen, het werkelijke (hedendaags) cultuursnuiven. Enkele dingen vallen gelijk op: Chinezen kunnen, ondanks de prima wegen in en tussen steden, niet rijden - het aantal ongelukken dat ik heb gezien valt mee, maar er wordt niet op of om gekeken bij inhaalmanoeuvres, automobilisten drukken zich overal tussen en oversteekplaatsen hebben geen zichtbare rol van betekenis, om maar een paar dingen te noemen (tevens heb ik in de ruim vier weken dat ik hier rondloop nog geen lesauto gezien, wat weinig verbetering in de nabije toekomst voorspelt); ook hebben Chinezen in de vele jaren van praktische afscheiding van de rest van de wereld vreemde gebruiken opgebouwd, uiteenlopend van eindeloos foto's maken (het zijn echt de nieuwe Japanners aan het worden), hun smak- en slurpkunsten tentoonspreiden tijdens het nuttigen van de maaltijd (vooral maaltijdsoepen doen het daarbij uitstekend) tot roggelen en spugen op elk denkbare plek. Als blanke toerist wordt je tevens nog steeds voortdurend aangestaard alsof je van een buitenaardse planeet komt (vooral kinderen zijn hier steengoed in, maar in de iets minder grote steden doet een groot aantal volwassenen graag mee aan deze staring game; en ik heb het geprobeerd, je wint niet of nauwelijks van ze) en is het niet ongebruikelijk om gevraagd te worden met random mensen op de foto te gaan (stel je voor dat wij thuis hetzelfde zouden doen...; de eerste vraag die opkomt is een zeer logische (die ik me nog altijd afvraag): wat ga je er mee doen?!). Er gaat sowieso nog een hoop mis in dit land, waarbij voor mij nogmaals duidelijk wordt dat er naast de pure groei van de Chinese economie nog moet worden gekeken naar betere en duurzamere productiekwaliteit (zie bijvoorbeeld: http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/3297144/2012/08/06/China-rolt-medische-maffia-op.dhtml), een stevigere aanpak van de inkomensongelijkheid goed zou zijn voor de moraal (sommige 'rich kids' komen in een eigen Ferrari naar school en dat in een land dat gestoeld zou zijn op socialisme/communisme) en dat de grootte van deze economie voornamelijk is gebaseerd op het immense aantal inwoners (er is ook duidelijk veel onzichtbare werkloosheid, door het grote aantal nutteloze baantjes dat je hier tegenkomt), om nog maar te zwijgen over de censuur van de overheid die de massa dom houdt. Naast dit alles heb ik wel fijn van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn e-reader vaak aan te spreken en menig boek te lezen dat op mijn leesplank thuis lag te verstoffen en kon ik in alle rust nadenken over allerlei uiteenlopende zaken van het leven. Ook kan ik weinig slechts zeggen over het eten dat hier wordt geserveerd, royale porties en heerlijke smaken!

Ik schreef mijn vorige update in Hangzhou, 200 kilometer ten westen van Shanghai. Omdat mijn oorspronkelijke plan was om daar hard aan de studie te gaan bleef ik daar relatief lang hangen voor wat er in de stad te beleven viel. De grootste publiektrekker in deze miljoenenstad is het grote West Lake, dat de stad zijn goede imago geeft ten opzichte van de echte industriesteden. De persoon waar ik daar het vaakst mee optrok was Jordi, een ex-politieagent uit Barcelona die zijn leven op de schop had genomen en zijn leven in Spanje had achtergelaten om in Hangzhou Chinees te gaan leren, en tevens Spaans te doceren aan de lokale universiteit (hij kreeg zijn parttime-aanstelling aangeboden toen ik daar was). Mijn niveau Chinees was en is nog steeds van een bedroevend laag niveau, dus wanneer er geen plaatjes op het menu staan en de serveerster spreekt geen Engels is bestellen met handen- en voetenwerk nogal een uitdaging. Ook mijn aanwijsboekje heeft nog maar weinig kunnen uithalen, want interpreteren van plaatjes lijkt op een andere manier te werken in de hoofden van de gemiddelde werknemer, heb nog maar weinig glazigere ogen gezien.. Dus is de laatste oplossing verder zoeken naar een ander restaurant óf een handige zin achterin de Lonely Planet-gids te gebruiken: 'heeft u een aanrader?', die te kiezen en dan afwachten wat je krijgt. Enkele avonden zijn we in Hangzhou naar de lokale barren gegaan waar veel expats komen en live muziek wordt gespeeld. Ook kom je soms op je wandelingen gezellige mensen tegen waarmee je je weg kunt vervolgen en heb je onverwacht een hele mooie avond. Zeker hier in China komt het contact je als alleenreiziger niet aanwaaien, want er zijn een stuk minder backpackers met dezelfde gedachten dan in Zuid-Oost Azië: veel stelletjes waarvan je niet het derde wiel wilt spelen, mensen die kort op vakantie zijn en met een strak programma China doorreizen of docenten Engels (van in de 20) die een maar paar daagjes weg konden van hun klas. Allemaal vrij korte contacten dus ook, weinig substantieels aan. Maar dat geeft wel een echte uitdaging aan het reizen door dit aparte land. Na veel hoogtepunten van Hangzhou te hebben gezien - met grote wandelingen tot gevolg, want het is vaak erg lastig om een taxi te vinden, zeker op zondag wanneer het hele volk op de been lijkt - ben ik op dinsdag 17 juli doorgegaan naar mijn volgende bestemming, Tunxi, na op de minuut de bus te hebben gehaald op het busstation in Hangzhou, dat verder weg lag dan geanticipeerd. Het niet veelzeggende stadje Tunxi is een uitvalsbasis voor enkele toeristische hoogtepunten, zoals Huangshan Mountain (of Yellow Mountain) en de oude Huzhou Villages. Wat anders is dan in voorgaande landen is het feit dat de inwoners van dit land ook zelf in groten getale op vakantie gaan of uitstapjes maken, zodat je op veel plekken verzand in massatoerisme, zeker in de zomermaanden. Voor mijn trip naar de Yellow Mountain werd ik geacht vroeg op te staan om met een kleine bus te worden gebracht tot aan de voet van de berg. Daar aangekomen stonden er al flinke rijen en vertrokken er iedere paar minuten bussen die de stoet verder brachten tot aan het begin van de oostelijke en westelijke trappen, welke iets hoger waren gelegen. Ik raakte in contact met een Deens stel en met hen begon ik aan de klim de berg op. Kenmerkend voor dit soort toeristische plekken is dat alles is gefabriceerd: eindeloze traptreden die deels uitgehouwen zijn uit de berg zelf, maar voornamelijk naar boven gesjouwd lijken te zijn door pure mankracht, tot aan de toppen van de verschillende bergen. De klim was voor een ongetraind iemand als ik zweten geblazen, maar met genoeg water kom je er wel. Wanneer je bijna boven bent kom je echt in de drukte terecht, want daar is het eindstation van de kabelbaan waar Chinezen massaal gebruik van maken. Talloze gidsengroepen lopen al kwekkend in de file, met de gids voorop die eindeloos door haar megafoon schreeuwt, een bijzonder schouwspel.. Belangrijk detail is dat het weer op de dag van de tocht naar boven voor 90% bestond uit dichte mist, waardoor we enkel de lasten droegen van het klimmen en er erg schamel voor werden beloond. Gelukkig trok de lucht gedurende korte tijd open zodat ik alsnog kon aanschouwen wat ik ervoor had moeten missen; en dat viel niet tegen, want er volgden prachtige vergezichten. We hadden toevalligerwijs een bed gereserveerd op dezelfde slaapzaal boven op de berg en werden die avond 'fijn' verrast door de aanwezigheid van 16 Chinese mannen die heerlijk zichzelf bleven: er werd in de slaapzaal gerookt, mensen spuugden op de grond, er werd uitgebreid gesmakt en 's nachts werd aan de sport gedaan wie het hardst kon snurken. Zoals je je kunt voorstellen heb ik heerlijk geslapen die nacht en omdat we graag de zonsopgang zouden zien zijn stonden we om 4 uur alweer naast ons bed. Helaas, wederom dichte mist en dus geen zonsopgang samen met de honderden anderen die vroeg uit de veren waren gegaan. Maar het was niet alleen slecht nieuws, na zo'n 20 minuten te hebben gelopen kwamen we bij een ander uitkijkpunt uit waar de mist net was weggetrokken en het schouwspel overklaste veruit alle voorgaande uitzichten, dus was de tocht alsnog als een redelijk succes te beschouwen. De volgende dag ben ik wederom de echte toerist gaan uithangen door met een georganiseerde trip naar een tweetal Huzhou villages te gaan, Hongcun en Xidi. Dit zijn authentieke dorpjes van enkele duizenden jaren oud waar de geschiedenis vanaf spat. De tocht naar het eerste dorpje toe was zo'n anderhalf uur rijden en ik kan in mijn herinnering geen moment bedenken dat de Chinese gids níet aan het woord was met zijn monotone stem. Hij heeft daarin (enkel in het Chinees) 5000 jaar geschiedenis voorbij laten komen, waarbij het leek alsof er geen grap vanaf kon; er werd in ieder geval niet gelachen en er werd door de groep geen vraag gesteld.. De beide dorpjes waren erg mooi, helaas voor mij (en nog twee aardige Amerikanen) met weinig context, want alles werd in het Chinees uitgelegd. We zijn dan ook maar onze eigen weg gegaan, afwijkend van het te toeristische pad, en hoorde van een Taiwanese die wel Engels sprak hoe laat we weer verder zouden gaan. Al met al toch een prima dag, met een gezellige avond in de kroeg erachteraan.

Op zaterdag weer door, richting het noorden, naar de stad Nanjing. Ik had al vanaf de middag terug van de Yellow Mountain geluk met het weer, want de zon was stevig doorgebroken in de anders grauwe luchten die hier boven de gemiddelde stad hangen, en dat zette de dagen erna door. Nanjing is niet een hele spannende stad, maar heeft wel zijn leuke/interessante plekken. Het museum dat in het teken staat van een Japanse aanval op de stad in 1937 is één van die hoogtepunten; een zeer modern aandoend gebouw waar dagelijks duizenden mensen worden bijgespijkerd over een belangrijk onderdeel van vaderlandse geschiedenis, al weet je natuurlijk nooit precies hoeveel van de details op waarheid en hoeveel op propaganda is gebaseerd. Na de verdere dag te hebben rondgewandeld door de stad, raakte ik 's avonds in het hostel in gesprek met een Duitse en twee Engelsen waarmee ik de volgende dag had afgesproken om wat attracties te bezoeken en 's avonds naar een karaokebar te gaan. Dat laatste werd geen karaokebar, maar we kwamen allereerst in een gezellige spotgoedkope kroeg terecht waar met wat Chinezen kwamen te praten die in Frankrijk studeren, die konden wat meer context geven over de cultuur van hedendaags China. Vervolgens samen met een groep leraren van de plaatselijke 'Disney-school' (er zijn er een stuk of 40 in China werd me verteld; vind het persoonlijk een wat eng kunstmatig concept) in een uitgestorven club terecht gekomen en omdat we ons door de leegte en de veel te blije leraren van deze commerciële onderwijsketen niet echt op ons gemak voelden zijn we snel doorgegaan naar het echte uitgaansgebied van Nanjing. Zelfs maandagnacht is dat nog flink levendig: vele obscure clubs op een rij proberen je naar binnen te lokken. En omdat Chinezen geobsedeerd lijken te zijn om westerlingen binnen te krijgen heeft het vervolg van de avond ons geen cent meer gekost: het drinken werd ons gratis aangeboden en ons hoorde je verder niet klagen. Met de nachttrein heb ik op dinsdag mijn weg vervolgd richting Beijing waar ik op woensdagochtend in alle vroegte arriveerde. Beijing spreekt tot de verbeelding met al haar toeristische trekpleisters. De eerste dag ben ik opgetrokken met de Franse Florence en hebben we lekker rondgewandeld om feeling te krijgen met de stad en om nog bij te komen van de minder fijne nacht op het harde bed in de trein. De volgende ochtend ben ik vroeg opgestaan om de massa's voor te zijn in de Verboden Stad, het indrukwekkende keizerlijk paleis dat eeuwenlang het politieke centrum is geweest van het Chinese rijk. Alhoewel het vrij soepel ging om een kaartje te bemachtigen kon je niet van rustig spreken, maar na verloop van tijd werd het zeker nog drukker. Ik had een Nederlandse audiotour gekozen, maar die was ingesproken met een dodelijk saaie stem en ondertussen werd ik om de zoveel tijd gestoord om weer op de foto te moeten met een of ander groepje gefrustreerde tieners/twintigers of kleine kinderen. De gebouwen waren zeker mooi (jammer genoeg was het voornamelijk exterieur en weinig interieur), maar ik word om de zoveel tijd met mijn neus op de feiten gedrukt dat ik niet gemaakt ben voor al te drukke plekken (wat is China dus een goed door mij uitgekozen land :)). Na 2,5 uur had ik het dan ook wel gezien, waar de Lonely Planet aangeeft dat je er makkelijk een dag kunt vertoeven.. De dag erna ben ik op pad gegaan naar een deel van de Grote Muur bij Mùtiányù. Ik kon na de bustocht een taxi delen met twee Duitse jongens, waarvan er één behoorlijk Chinees sprak, zodat we met gemak op de plek kwamen waar we zijn moesten. Helaas was het weer die dag enigszins regenachtig, dus leverde het niet de gehoopte plaatjes op, maar het was toch mooi om het met eigen ogen gezien te hebben. Het weekend heb ik vooral veel in parken zitten lezen (zeker zondag was hier een geschikte zonnige dag voor) en de Lama temple en de Temple of Heaven bekeken. Met de Olympische Spelen in Londen in volle gang, wilde ik het gebied waar het 4 jaar geleden allemaal om draaide toch even met eigen ogen zien. Daarvoor had ik mijn laatste ochtend in Beijing uitgekozen. De metroverbindingen bleken minder fraai dan gehoopt en dit stapelde zich zodanig op dat ik mijn trein op de minuut miste na bezweet te zijn aan komen rennen in de betreffende stationshal. Gelukkig was mijn ticket kosteloos om te boeken naar de volgende dag en had ik weer een extra nacht te spenderen in Beijing. Ondanks de vele regenbuien had ik een prima dag met wat leuke mensen die ik ontmoette in het hostel. De treinreis die erop volgde was minder geslaagd, want omdat vooral bedden erg snel uitverkopen, was er voor mij enkel een harde stoel beschikbaar waarop ik mij in de 12 uur durende tocht naar Xi'an wat slaap moest proberen te geven. Ik ben geen moeilijke slaper, maar dit was toch wel een hele flinke opgave. In Xi'an heb ik de eerste dag dan ook niet veel gedaan. Donderdag was mijn plan het Terracottaleger te bezoeken, maar omdat ik ook mijn visumverlenging moest regelen, wat nogal wat tijd kan kosten in dit bureaucratische land, ging dat niet door. Toen maar rondgestruind door de stad en mijn ogen uitgekeken naar alle eigenaardigheden van de bevolking. Vrijdag dan toch naar het befaamde Terracottaleger, dat sinds de vondst in 1974 is uitgegroeid tot één van de meest beroemde plekken in China. Dat merk je ook aan de toegangsprijs (20 euro), maar mensen betalen dat maar al te graag. En inderdaad is het een imposant gezicht wanneer je de gigantische hal 1 inloopt en aan je voeten al die verschillende beelden ziet opgesteld (elk gezicht is anders, en de beelden en bijbehorende wapens zijn gemaakt met technieken die in Europa pas eeuwen later werden toegepast). Had ik zeker niet willen missen! 's Avonds met de trein - mijn paspoort achterlatend bij de visumdienst - door naar Luoyang, bekend om de Longmen Caves, wat een gebied is waar eeuwen geleden vele Boeddhistische beelden uit rotsen zijn gehouwen. Een deel hiervan is in de tussentijd kapot gemaakt of weggehaald en getransporteerd naar musea over de hele wereld, maar wat over is gebleven is erg indrukwekkend. De dag erna (afgelopen zondag) doorgegaan naar Zhengzhou, met onderweg een stop bij de Shoalin Temple. Deze tempel bevindt zich in een prachtig natuurgebied, waar meerdere kabelbanen zijn aangelegd om de bergen eromheen te trotseren. Door tijdgebrek heb ik inderdaad zo'n tochtje gemaakt en als je niet oplet en teveel naar de bakjes kijkt die in tegengestelde richting gaan, komt je elke 10 seconden een 'Hello!' tegemoet van enthousiaste Chinese toeristen. Ook na 4,5 week in dit land kan ik er maar moeilijk aan wennen..

Nu ben ik dus weer in Xi'an, waar ik morgen mijn paspoort op kan halen om vervolgens 's avonds wederom op een stoel te mogen plaatsnemen, voor ruim 15 uur ditmaal, richting de panda's in Chengdu.. Nog maar anderhalve week op reis, dus ik ga nog even genieten van de laatste avonturen in dit krankzinnige land!

Dag 115: Vanuit Hangzhou - Vietnam en de eerste week China!

Dames en heren, lieve lezers,

Het is weer eens tijd voor een update, uit Hangzhou, China ditmaal. De vorige keer heb ik jullie achtergelaten in Hanoi, overdag een zeer bruisende stad met overal activiteit op de straat en brommers die af en aan rijden. Voor de mensen die geen Facebook hebben: Foto's vind je wederom op Google+: https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5760136271538562897?authkey=CKmH2OTd4fqlTQ. De overige links naar foto's staan onderaan het vorige verhaal..

Weinig mensen weten het, maar bij de aanvang van mijn reis was ik nog niet helemaal klaar met mijn bachelorscriptie. Mijn eerste werkelijke poging om een goed vervolg te geven aan dit proces was toen Menno weer op weg was terug naar Nederland en ik een week lang studiezaken had ingepland in Hanoi. Maar het blijkt verdomd lastig om op reis er de volle toewijding aan te geven, zoveel nieuwe ervaringen om je heen en het constante gevoel dat je veel mist van de plek waar je wellicht maar één keer in je leven bent. Zeker na zo'n 3 maanden volledig opgaan in je reis weer terug in een studieritme komen, blijkt lastig. Daarnaast ben ik tijdens het reizen tot de conclusie gekomen - al is het nog niet helemaal rond met de studiebegeleider en zijn de bijbehorende consequenties nog niet allemaal duidelijk - dat ik een switch wil gaan maken van het specifieke Fiscale Economie naar een andere en bredere richting binnen de studie Economie & Bedrijfseconomie. Om dit te realiseren zal ik nog een extra jaar bachelor moeten doen, waarmee ik impliciet de beruchte langstudeerdersboete zal moeten accepteren. Toch lijkt me dit het beste besluit voor mijzelf, zodat ik niet na (en vooral tijdens) een Master erachter kom dat de fiscale wereld niet bij me past. Zo kan een reis toch goed zijn voor het herontdekken van jezelf en hoe je werkelijk over je toekomst denkt. Er is een groot blok van mijn schouders afgevallen bij dit overwegingsproces, dat mogen jullie gerust weten. Wel wil ik de bachelor fiscale economie afronden, want dat bestaat werkelijk nog uit een aantal pagina's bachelorscriptie, waar ik dan effectief 4,5 jaar over heb gedaan. Nu weer terug naar mijn ervaringen in Vietnam!

Ik verbleef in Hanoi in een leuk hotel in het oude centrum van de stad, dat bestaat uit kleine straatjes die ieder gewijd zijn aan een eigen productgroep, van schoonmaakmiddelen tot speelgoed. Door mijn studie heb ik me veel dagen onttrokken aan de hitte die heerst in Hanoi; met meestal minimaal 35 graden op je kop ga je knap hard zweten. Zeker op de dag dat de stroom voor enkele uren was uitgevallen was dit goed te merken, met mijn kamer die een broeikas werd. Het was die week tevens nog EK-tijd voor het Nederlands elftal, dus daar wilde ik wel naar kijken. Voor de wedstrijd tegen Duitsland kon ik in de kroeg nog terecht voor de wedstrijd tussen Portugal en Denemarken. Daarna bleek de kroeg echter te sluiten, dus moest ik op zoek naar een andere plek (de wedstrijd zou om 1.45u beginnen). Dat bleek een onmogelijke opgave in de miljoenenstad Hanoi. De motorbikechauffeur - het meest gebruikte vervoermiddel, ook voor taxiservices, is hier de veredelde brommer met een helm die vrijwel geen bescherming geeft (prijs is dan ook maar enkele euro's en mensen lijken het niet voor de veiligheid te dragen, maar om een boete te voorkomen) - wist achteraf gezien niet echt waar we naar op zoek waren, maar uit de talloze straten waar we doorheen reden kwam geen teken van leven.. Uiteindelijk heb ik mijn zoektocht dan ook maar gestaakt en ben ik eenzaam op mijn hotelkamer de afgang van Nederland gaan bekijken. Tevens was een doel in Hanoi om een Chinees visum te vergaren, wat naar de ervaringen op internet gezien niet altijd een simpele opgave is door het gemak waarmee verzoeken soms worden geweigerd. Na een uitgebreid formulier te hebben ingevuld en alle aanvullende bewijzen die ik had voor mijn aankomend verblijf er samen mee te hebben ingeleverd, kon het duimen beginnen. Op dinsdag de 19e had ik weer mijn eerste reisactiviteit gepland: ik had een tour geboekt naar Halong Bay, waar ik drie dagen en twee nachten zou gaan verblijven. Halong Bay is één van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Vietnam, waar jaarlijks miljoenen mensen geheel verzorgd op boten worden ondergebracht. Halong Bay ligt een kleine 4 uur van Hanoi, waar je in een overvolle bus naartoe rijdt. Onderweg stop je uiteraard bij een groot kunstwarenhuis waar allerlei Vietnamese prullaria voor veel te veel geld worden aangeboden, maar dat soort dingen moet je accepteren. Halong Bay is een prachtige plek, al is het wel erg druk met zoveel touraanbieders en is het water behoorlijk vervuild. Dat heeft me er niet van weerhouden een prima tijd te hebben. Het is heerlijk om even nergens over na te hoeven denken bij je dagindeling en daarnaast leuk contact te hebben met je medereizigers. Overdag werd besteed aan tochtjes varen langs de adembenemende omgeving vol bijzondere rotspartijen die mooi over het waterlandschap zijn verdeeld, maaltijden aan boord en uitstapjes naar grotten, stukjes kanoën en 's avonds socializen met een aantal biertjes. De lucht had iets helderder gemogen, maar toch was de zon krachtig genoeg om mijn huid een extra rood kleurtje te geven tijdens het kanoën op de tweede dag - Al met al een geslaagd uitstapje!

Op de terugweg vanaf Halong Bay kwam de hemel uit de lucht vallen, waardoor de straat veranderde in een rivier, met gigantische verkeersopstoppingen tot gevolg. Aziatische regenbuien staan bekend om hun kortstondigheid gecombineerd met een forse kracht, waardoor je ondanks een parapluutje boven je hoofd alsnog goed nat kunt worden door opspattend water. Maar het is wel erg lekker, aangezien de hete steden op die momenten even goed afkoelen. Een betere oplossing om te ontkomen aan het hete weer was een bezoek aan het zeer noorderlijk gelegen Sapa, wat bijna tegen de Chinese grens aanligt. Sapa is een plaatsje dat in een lage berggebied ligt en waar de temperatuur in de winter tot rond het vriespunt zakt. In juni is het er alsnog zeer goed vertoeven met een lekkere frisse lucht en een temperatuur rond de 20 graden. En in dit seizoen ziet de omgeving er ook nog eens fantastisch groen uit met alle rijstvelden die pas rond het najaar worden geoogst. Om in Sapa te komen nam ik de nachttrein die 's morgens heel vroeg aankwam in een klein grensstadje, waar we ons door de stroom taxichauffeur moesten werken om bij onze hotelbus te komen. Die bus bracht ons via allerlei slingerwegen naar ons hotel, dat prachtig uitzicht gaf over de vallei. Na het ontbijt was het direct tijd de wandelschoenen aan te trekken en aan de tocht te beginnen. Na zo'n 200 meter te hebben gelopen komen we een hele stoet lokale vrouwen tegen die ons vanaf moment gingen escorteren, met als einddoel hun spullen (verschillende armbandjes, tasjes e.d.) aan de man te brengen. Dat mogen ze niet in Sapa zelf of onderweg doen, dus zorgen ze ervoor dat ze genoeg mensen helpen over de modderige paden, om daarmee hun kans op verkoopsucces te verbeteren. Interessante techniek, al verkochten ze niet de dingen die ik wilde hebben en ze liepen soms een beetje in de weg, maar ze waren erg goed in vriendelijk lachen en de standaardvragen 'What's your name?' en 'Where are you from?' te stellen. De route was prachtig, met één flink buitje onderweg en veel modderige paadjes. Rond 15u bereikte we het punt waar we onze stop zouden houden, bij een gastgezin. Ik voelde me onderweg niet erg lekker worden, koppijn en warm, maar na een aantal uren goed slapen ging het weer beter. Wat ook hielp was de stevige rijstwijn die we bij het uitgebreide diner kregen geserveerd. De flessen bleven maar komen, wat de avond met onze groep van 8 en de gastheer en -dame erg geslaagd maakte. De volgende dag weer een stuk gewandeld om uiteindelijk, via een waterval en glibberige paadjes weer bij het prima hotel aan te komen. Ook voor het eerst in tijden weer een echte warme douche gehad, lekker voor de verandering.. Maandag was de laatste dag om nog een uitstapje te maken naar een plaatselijk dorpje, samen met de vaste gids Em. Nog even met wat mensen van ons groepje naar een café gegaan, via de markt. Daar kwamen we erachter dat het hondenvleesverbod in deze regio flink aan de laars wordt gelapt. Op een plaat werd een hondenkop, met losse pootjes ernaast gepresenteerd (zie foto via de eerder gegeven link, voor de liefhebbers). 's Avonds weer de bus en trein in, om de volgende ochtend heel vroeg bijna bevroren door de niet instelbare airco wakker te worden in de trein, een kwartier voor aankomst. Die dinsdag had ik tot begin van de avond wederom in Hanoi te overbruggen, zodat ik eindelijk de mogelijkheid om mijn Chinese visum op te halen, omdat de vrijdag ervoor het kantoor plotseling dicht was. Gelukkig kreeg ik het visum voor 30 dagen gewoon mee, een opluchting!

Die avond vertrok ik per nachtbus richting Hue, ergens in midden-Vietnam. Uit de bus stappend werd ik direct opgevangen door een goed Engels-sprekende motorrijder die mij wel voor een dollar naar mijn hotel wilde brengen. Dat bleek een goede opstap te zijn naar zijn aanbieding om een tocht langs alle hoogtepunten van de stad te maken, wat ik gelijk aangreep. We begonnen bij een zeer rustgevende pagoda, een plaats waar monniken samenkomen om te bidden en hun leven te leiden. We waren net op tijd om het ochtendbidritueel tot boeddha mee te maken, erg mooi. Het was sowieso een prachtige dag met blauwe lucht, dus alles wordt direct fotogeniek. Helaas was een deel van de oude gebouwen tijdens de Amerikaanse invasie verwoest, maar over het algemeen is Hue een erg mooie plaats om te bezoeken. Bij een bezoek aan een oud paleis kwam ik Anna tegen, een Nederlands meisje dat een bijna een jaar in Australië had gewoond en gewerkt, waarmee ik die avond afsprak om de volgende dag een motortocht te gaan maken naar een plaats ten zuiden van Hue, Hoi An. Dit kon wederom met mijn gids Hai, die samen met een andere gids van het bedrijf ons langs prachtige plekken reed. Wederom een prachtig blauwe dag, dus de uitzichten waren fenomenaal! Zeker de weg langs de zee net voor Danang was briljant mooi. Onderweg kwamen we Thomas en Bart tegen, twee broers die een maandje aan het reizen waren. Bij toeval zagen we ze 's avonds bij een restaurant weer en met hen zijn we vervolgens de dagen erna opgetrokken, met name om stranden te bezoeken in het mooie kuststadje. Een ander fenomeen waar Hoi An om bekend staat is de aanwezigheid van talloze kleermakerswinkels die voor een zeer aantrekkelijke prijs maatpakken en overhemden kunnen maken. Aangezien ik vernomen had dat ik een mooi bedrag aan teveel betaalde servicekosten zou terugkrijgen van Vestia, maakte ik graag van deze gelegenheid gebruik: opbrengst was twee pakken en vijf overhemden, ben ik erg content mee. Op de tweede dag strand bleek het weer niet mee te willen werken, dus werden we gedwongen het restaurant in te vluchten. Daar kwamen we in aanraking met twee grote Vietnamese families, die ons uitnodigde met hen mee te eten en drinken (lauw bier en rijstwijn). Leuke ervaringen zijn dat toch, totaal hulpeloos qua taalverschillen, maar toch een band door het delen van eten, een taal die iedereen spreekt. Zondag 1 juli verliep rustig, nadat de drie Nederlanders hun weg weer hadden vervolgd. Ik zou de volgende ochtend heel vroeg vliegen naar Ho Chi Minh City (Saigon voor de ouderen onder ons) en aangezien die nacht de finale werd gespeeld, dacht ik die wel even mee te pakken op het vliegveld. Dat bleek anders te verlopen: na al even in slaap te zijn gedommeld op een bankje in de vertrekhal, werd ik plotseling gemaand de hal te verlaten, omdat deze dicht zou gaan voor zo'n 3 uur. Dus daar stond ik dan, op de nacht van mijn verjaardag, zonder plek om te blijven en geen wedstrijd om te kijken. Dus sliep ik enkele uren, met de tassen dicht om me heen, bijna tegen de muur van de vertrekhal, rust je lekker van uit... Ook bleek 's ochtends de vlucht uitgesteld te zijn met 6 uur, wat het allemaal niet prettiger maakte. Gelukkig kon ik overgeplaatst worden naar een ander vliegtuig, dat maar iets later vertrok. Uiteindelijk toch de halve middag bij moeten slapen in HCMC..

In HCMC had ik het genoegen een vriend van thuis te ontmoeten, dispuutsgenoot Tinus, die voor minimaal een half jaar daar aan het werk is. Met hem kon ik dus mijn verjaardag vieren, met een goede maaltijd en een paar heerlijke glazen rode wijn. Tinus heeft het geluk zijn dagen redelijk vrij te kunnen inplannen op zijn werk en door zijn vele overuren kon hij zelfs twee dagen vrij nemen. Deze tijd gebruikten we om naar Mui Ne te gaan, een kustplaats op 5 uur van de stad, welk tevens bekend staat om zijn grote witte zandduinen. Meteen bij aankomst hebben een tour met een jeep geboekt en zijn we daar naartoe gegaan. Ter plekke een overpricede quad gehuurd, die bij mij ook nog eens na 5 minuten uitviel en ik geen geld terugkreeg ondanks mijn geklaag.. Ons backpackers 'resort' lag direct aan zee, met heerlijke ligstoelen ervoor. Weinig gebruik van gemaakt, want de volgende dag zijn we er met brommers op uitgetrokken via mooie wegen en leuke kleine dorpjes, wederom op een prachtige dag vol zon. Tinus' kantoorhanden waren er niet helemaal op voorbereid, dus die kregen een prachtige rode kleur. Door de vreemde bustijden konden we pas 's nachts weer terug naar HCMC, waardoor Tinus een paar uur voor zijn werkdag begon pas weer terug was. Ik heb de dag door HCMC gewandeld, met een bezoek aan het indrukwekkende (maar eenzijdige) oorlogsmuseum, waar vooral de foto's op je netvlies brandden. 's Nachts om 2 uur was het tijd om afscheid te nemen van Vietnamese grond en op de vlucht naar Shanghai te stappen, into a new world.

China dus, ik zal er kort over zijn. Dit land is weer zo anders dan de landen hiervoor en bestaat uit zoveel miljoenensteden, dat het nauwelijks te overzien is waar je beginnen moet. Shanghai is duidelijk een moderne stad, met een prima metrosysteem (gelukkig met Engelse vertalingen..) en een groot zakendistrict met hoge gebouwen en dus een mooie skyline. Ik heb vooral rondgedwaald door de stad, hier en daar wat lokaal eten geprobeerd, musea en parkjes bezocht en zelfs een IKEA (de op één na grootste ter wereld) bezocht in een buitenwijk (heerlijke plek om je ogen uit te kijken en te studeren). Dinsdag een uitstapje gemaakt naar Suzhou, een plaats die bekend staat om haar mooie tuinen (waarvan ik er met de gekozen bustour weinig heb gezien.. :P) en gisteren met een ochtendtrein naar de stad Hangzhou, waar ik vooral omga met een Spaanse man van 30 die hier Chinees aan het leren is en graag Spaans gaat doceren aan de lokale universiteit. Dat is China in een notendop voor mij, volgende keer uitgebreider, maar het verhaal is alweer veel te lang!

Nog 5 weken te gaan! Tot de volgende update of tussentijds contact!

Dag 85 - Vanuit Hanoi! Chiang Mai, Laos, Cambodja en de Thaise eilanden

Dag lieve lezers! (Waarschuwing: neem even de tijd, met een rood wijntje erbij wellicht, hij is weer wat langer)

Wat gaat de tijd toch hard.. Ik stond Menno zo'n 7 weken geleden op te wachten op het vliegveld van Singapore en sinds gisteren is hij alweer op weg naar huis, onvoorstelbaar. Ik ben dus weer alleen op pad en heb gisteren een vlucht gepakt vanuit Bangkok naar Hanoi, in het noorden van Vietnam. Wederom mijn oprechte excuses voor het late plaatsen van deze update, de gaten tussen de verhalen zijn steeds groter geworden: maar niet getreurd, nu ik alleen ben zal er een stuk meer tijd zijn om hier aandacht aan te besteden. Mocht je tussendoor benieuwd zijn waar ik uithang: je kunt mijn route altijd volgen via www.tripline.net/companjen.

CHIANG MAI, NOORD-THAILAND
Sinds de laatste update hebben we weer enorm veel gezien. We gaan terug naar donderdag 10 mei: Chiang Mai in noord-Thailand is waar de laatste update is geschreven, een geweldige plek om vanuit de natuur te verkennen door het grote aantal aanbieders van trektochten. De eigenaar van het hostel waar we verbleven was tevens mede-eigenaar van een olifantenopvang in de buurt (Jumbo Camp) en het bleek dan ook een hele goede keuze van ons om met hen in zee te gaan. Na vroeg te zijn opgestaan om ons gereed te maken voor de 3 dagen en 2 nachten op pad werden we als eerste achterin een pick-up gezet om vervolgens per hotel kennis te maken met onze mede-reizigers, waarvan de meeste een 2-daags programma te wachten stond - uiteindelijk bleken er maar 4 mensen voor het uigebreide menu te gaan, wij en de Ierse Michelle en Schotse Hugh; 4 zeurende Canadese meisjes trokken zich terug, na zo'n 'zwaaare' eerste dag. We hadden geen idee hoe zwaar het precies zou worden en waren niet allen even goed voorbereid op wat zou komen: o.a. Menno en Michelle hadden alleen dunne sneakers mee (ik kon eindelijk mijn semi-bergschoenen eens gebruiken). Dat bleek wellicht naïef, want na een kort bezoek aan een vlindertuin, een goed stuk rijden en een vroege lunch begon het echte werk in de brandende zon. Vrijwel de hele middag hebben we gelopen en flinke heuvels met losliggend zand beklommen, waardoor we na verloop van tijd steeds langer op de laatsten van de groep moesten wachten. Zuchtend en bezweet en niet geheel schoon kwamen we eind van de middag bij het olifantenkamp aan, waarna we ons direct klaar konden maken voor een ritje op die prachtige beesten. De volgende ochtend mochten we tevens de olifanten hun dagelijkse bad geven, een leuke bezigheid. En daarna weer op pad; onze gids Sun was niet erg duidelijk geweest over de hoeveelheid water die we hadden moeten meenemen onderweg, dus dit werd gedurende de middag een schaars goed. Na een leuke waterval met natuurlijke glijbaan te hebben bezocht begon onze klim naar een bergdorpje honderden meters hoger, zonder een winkeltje onderweg. Hierdoor voelde het als een godsgeschenk toen we onderweg een grote hoeveelheid lychees konden overnemen van een passerende local, de beste fruitervaring ooit. Uiteindelijk bij ons eindpunt voor de dag aangekomen kon het vocht weer extra worden aangevuld en volop worden genoten van het uitzicht en de snel naderende zonsondergang. Na een genereuze maaltijd, hadden we een prima avond met z'n vijven: Sun begon heerlijk slechte Thaise nummers te spelen op zijn gitaar onder de zeer helderde sterrenhemel en vervolgens maakten we met onze camera's kunstfoto's door met de lange sluitertijd en een zaklamp te spelen. De dag erna was de laatste etappe afdalend via een tweede waterval en uiteindelijk twee boottochtjes met een rubber kajak en een bamboe-raftboot. Zeker een aanrader, deze tocht!

LAOS
De volgende ochtend vertrokken we richting de grens met Laos. We hadden gekozen voor een langzame optie die ons in drie dagen in Luang Prabang in Noord-Laos zou brengen. De eerste dag met de bus bracht ons tot de grens waar we ons in een klein stadje met onze mede-reizigers konden vermaken in een lokale kroeg - onder andere met Angelina en Ducky, rasechte Rotterdammers waarmee we later nog redelijk veel hebben uitgehangen. De dag erna begon de prachtige boottocht over de Mekongrivier die vanuit China door Myanmar, Laos, Cambodja en Vietnam stroomt. De boot werd grotendeels bemand door toeristen waarmee we twee dagen - onderbroken door een avond en overnachting in een klein dorpje - op het water doorbrachten en waaruit leuke contacten hadden opgedaan met mensen die we nog vaak op de route tegenkwamen later. Luang Prabang was vervolgens een heerlijk rustige en prachtige stad die begin 20e eeuw mede door de Fransen was omgetoverd tot een rijke mix van koloniale gebouwen en boeddhistische tempels. We hebben hier met gemak 4 nachten zonder verveling kunnen doorbrengen door de aanwezigheid van leuke mensen, geweldig eten (voor 1 euro kon je in een straatje vol eettentjes je bord volscheppen), leuke uitgaanstenten (en na de avondklok om 23.30u die o.a. de rust voor de monniken moest garanderen door naar de grote bowlingbaan(!) net buiten de stad) en een toffe avondmarkt (waar ik eindelijk veel spullen zag waarvan ik me kon voorstellen dat mensen ze wilden hebben). Een hoogtepunt hier vond ik zeker onze mountainbiketocht - met Hugh die we weer tegenkwamen - naar een waterval 35 km buiten LP, in de brandende zon op niet al te vlakke wegen. Maar het af en toe afzien op de fiets was het meer dan waard: het azuurblauwe water dat in meerdere etappes naar beneden kwam maakt het de mooiste waterval die ik ooit heb gezien. Het ijskoude water waar je via een touw in kon springen gaf ook nog het verkoelende effect wat we op dat moment hard nodig hadden. We hadden al bedacht dat de terugweg wellicht beter per pick-up kon worden gedaan, omdat we sommige heuvels met onze condities niet meer zouden overleven. We waren alleen nog even via een steil pad naar de top van de hoogste waterval geklommen, waardoor we bij het verlaten van het gebied een leeg parkeerterrein voor ons zagen opdoemen. Met nog een klein uur voor zonsondergang en geen licht op onze fiets over een stikdonkere weg fietsen was het laatste waar we op zaten te wachten. Gelukkig konden we uiteindelijk met wat moeite ergens een busje fixen dat ons met fiets en al weer terug zou brengen in de bewoonde wereld.

Laos is een plek waar je tijd moet nemen om van a naar b te komen, dus er zaten dagen bij die puur besteed werden aan afstanden afleggen per bus, ook al lijkt de afstand op de kaart nog niet eens zo groot. Na zo'n reisdag door een prachtig berggebied kwamen we op 19 mei in het donker aan in Vang Vieng. Dit plaatsje staat bekend om een bijzondere reden: je kunt hier traktorbinnenbanden huren om je op een rivier te laten afdalen via allerlei barren langs het water. Bij deze barren worden naast alcohol ook vrij openlijk drugs verkocht, verpakt in happy of mushroomshakes, een combinatie waar niet iedere bezoeker mee om kan gaan (wat we gehoord hebben is dat er in de afgelopen twee jaar al zo'n 70 toeristen zijn omgekomen na (onverantwoord) gebruik: door verdrinking of door op stenen terecht te komen na een sprong vanuit een bar, zeer heftig! Naar wat we achteraf vernamen werden er op de dag nadat wij weggingen twee lichamen uit het water gehaald die er al 2 dagen in hadden gelegen). Wij moesten daar niet veel van hebben en hadden het na een dagje tuben en een dagje uitbrakken - in de plaatselijke restaurants wordt de hele dag ofwel Friends, South Park of Family Guy op de tv-schermen gedraaid; samen met de zeer goedkope en fantastische fruitshakes prima te verteren - wel weer gehad in deze partytown die wordt overspoeld door 18-jarigen. Dus gingen we snel door naar Vientiane, de hoofstad van Laos. Deze stad is in tegenstelling tot de hoofdsteden in de omringende landen geen metropool en vormt vooral een knooppunt tussen de toeristische attracties die Laos rijk is. Na twee nachten en overdag een bezoek aan een beeldentuin met een bonte verzameling kunstwerken van verschillende goden uit het Hindoeïsme en Boeddhisme en vervolgens een paar uur sauna/massage; en 's avonds nog naar een typisch Laotische club - overal tafels, waardoor dansen niet erg goed gaat - waarna we op 24 mei onze weg vervolgden naar Konglor, het thuis van een 7,5 km lange grot onder een bergketen. We kwamen te laat aan om er nog diezelfde dag in te gaan, dus was dat het eerste om te doen de volgende ochtend. Bij het guesthouse - waar we met de bus voor de deur werden afgeleverd; afspraken tussen ondernemers om klanten binnen te halen tegen commissie, of het nu om taxi's/tuktuks, wegrestaurants, toeroperators of hotels gaat, zijn hier aan de orde van de dag - ontmoetten we Gavin, een Canadees die ook net te laat aankwam met zijn gehuurde scooter. Met hem hebben we een bootje gedeeld om de imposante grotten te bezoeken: de hoogte van de grotten liep soms op tot zo'n 50-60 meter, echte kathedralen van rots. Daarna was het tijd om vervoer te zoeken richting het zuiden van het land, wat uit die uithoek nog best een opgave bleek. We waren in gezelschap van een Australisch gezin met twee kleine dochters en het was moeilijk aan hen uit te leggen waarom het zo lang duurde om op de juiste plek te komen voor vervolgvervoer, aangezien het 5 uur kostte om op de kaart zo'n 60 km verderop te komen en eenmaal een bus te hebben gevonden die ons op de gewenste plek zou brengen. In die bus kwamen we Gavin opnieuw tegen die net op tijd zijn scooter had teruggebracht en met hem samen ondernamen we de (naar later zou blijken) 15-urige rit zuidwaarts, om aan te komen bij Don Det op de 4000 Islands. De 4000 Islands is een groepje eilanden tegen de grens met Cambodja aan, waar het vooral te doen is om de gezelligheid en het biedt de mogelijkheid om in de prachtige omgeving watervallen te bekijken en te kayakken in water waar zich ook zoetwaterdolfijnen bevinden. Hier verbleven we 3 dagen en beleefden we mooie avonden in de verschillende kroegen.

CAMBODJA
We hadden ondertussen bedacht toch wel de laatste week op een Thais eiland te willen doorbrengen voordat Menno terug zou gaan, dus moesten we ons bezoek aan Cambodja goed plannen. We reden op 29 mei Cambodja binnen - na getuige te zijn geweest van duidelijke corruptie aan de grens, waar je bovenop de visumkosten van 25 dollar nog eens 1 of 2 dollar betaalt per gehaalde stempel en voor het 'gezondheidsonderzoek' waarbij er een of ander apparaat voor je voorhoofd wordt gehouden waarna er een random nummer wordt genoemd (wellicht de temperatuur, maar 35,4 graden..?!). Hoofdstad Phnom Phen was onze eerste bestemming, het thuis van enkele van de meest gruwelijke herinneringsplekken van het Rode Khmer-regime onder Pol Pot. Deze slachting van een groot deel van de eigen bevolking vond eind jaren '70 plaats waarbij ongeveer 2 miljoen mensen de dood in werden gejaagd (op een bevolking van 7 miljoen!). Ons bezoek aan de Killing Fields en een gevangenis - nu genocidemuseum - waar vele martelingen hebben plaatsgevonden liet me dan ook niet in de koude kleren. Menno en ik hadden die dag samen met Kimi uit Engeland en Martin en Solveig uit Denemarken twee tuktuks afgehuurd voor de dag en met hen (plus Sam uit Canada die zich later die dag bij ons aansloot) trokken we ook door naar de volgende bestemming: Angkor Wat in Siem Reap. Door iets verkeerds te hebben gegeten kwam ik behoorlijk ziek de nachtbus tussen PP en SR uitrollen en dus moest ik het eerste dagje daar in bed doorbrengen. Gelukkig hadden we een dagje speling en konden we op 1 juni alsnog de bijzondere tempels van Angkor Wat bezoeken. Door de bewolking was er weinig zonsopgang te zien, maar dat mocht de pret niet drukken. Zeer indrukwekkend om te zien hoe zulke prachtige creaties, soms verstrengeld tussen eeuwenoude bomen, nog steeds de kracht uitstralen van een groot, maar vergaan rijk.

THAILAND
Op 2 juni was het weer vroeg opstaan om op pad te gaan naar Bangkok. Lang wachten bij een wegrestaurant net voor de grens met Thailand en lange rijen bij de grens zorgden weer voor een late aankomst in Bangkok. Ditmaal hadden we - in tegenstelling tot de eerste keer - een avond te besteden in deze miljoenenstad. Daar werden we verleid - erg gênant - tot een bezoek aan een zogenaamde pingpongshow (zoek maar op via google - of liever niet - mocht het je niets zeggen..). De volgende dag rustig aan met lekker eten en massages om ons (Menno en mij; Martin, Solveig en Sam gingen vliegend) voor te bereiden op de treinreis richting de stad waar de boot naar ons eiland Koh Phangang de volgende ochtend zou vertrekken. Helaas was het voornamelijk regenachtig bij aankomst op het eiland, na de lange en wilde boottocht ernaartoe. Ons hoofddoel om zo snel bij het eiland te komen was de zogenaamde Full Moon Party, waarbij oorspronkelijk gevierd wordt dat het volle maan is, maar welke viering op dit eiland is uitgegroeid tot een waar feest waar elke 30 dagen grote getalen jongeren op af komen. Wij wilden wel eens zien hoe dat uitpakt en we werden niet teleurgesteld. Duizenden mensen komen samen en met vuurshows en beschilderde gezichten en enig biertje is het behoorlijk gezellig allemaal. De overige dagen hebben we vooral scooterend (€5 per 24 uur maakt het de meest aantrekkelijke manier van vervoer) over het eiland en met mensen op het strand en in barren rondhangend die we o.a. via Gavin weer hadden ontmoet. Afgelopen zaterdag - onze laatste avond op het eiland na eindelijk een echt zonnige dag - was het natuurlijk tijd voor Oranje, welke wedstrijd we samen met onze Deense vrienden en andere gegadigden bekeken in een bar dichtbij onze bungalow. Erg jammer dat het zo moest eindigen, maar de Martin en Solveig waren blij.. Na zondag wederom een volle reisdag kwamen we maandagmorgen aan om het beste te maken van onze laatste dag samen. 's Avonds gingen we dan ook naar de prachtige dakbar op een fancy hotel om met een heerlijk geprijsd biertje/whisky'tje onze 7 weken samen af te sluiten. Ik heb er enorm van genoten om samen te reizen en het zal gek worden om de komende 9 weken weer alleen mijn weg te zoeken, maar door India weet ik dat dat geen probleem zal vormen. We zullen zien wat de komende tijd brengen gaat!

Vanuit Hanoi, Vietnam groet ik u!
Ries

P.S. Ik heb in de afgelopen tijd wat meer foto's geüpload - dezelfde selectie als op Facebook, maar daar kan niet iedereen bij. De fotoruimte op deze website is echter op, daarom raad ik aan om de foto's op een snellere en overzichtelijkere wijze te bekijken via deze links: Voor India - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5753383481929201313?authkey=CNel0K6I3Z-awgE;en voor Azië met Menno - https://plus.google.com/photos/108015514597995153324/albums/5753386334680351761?authkey=CKOnmsy02KT5jAE.

Dag 50: Chiang Mai - Laatste dagen India, Singapore, Maleisië en Thailand

Hallo!

Sinds mijn laatste update heb ik alweer vele kilometers afgelegd met trein, bus en vliegtuig en ben ik daarnaast sinds een ruime 2 weken op reis met mijn neef Menno, wat weer een hele andere dimensie geeft aan mijn reis. Momenteel bevinden we ons in Chiang Mai, in noord-Thailand, een hele chille stad ter grootte van Groningen en met vele mogelijkheden tot uitstapjes en dagcursussen.

Ik heb jullie achtergelaten in Varanasi, India, waar het me uiteindelijk op de laatste ochtend voor vertrek gelukt was om een boottochtje te maken inclusief zonsopkomst. Briljant om mensen zichzelf te zien wassen in een rivier waar ook mensen worden gecremeerd en dode koeien in ronddrijven. Dit was maandag 16 april alweer, een ruime drie weken geleden. Die avond ben ik met de nachttrein vertrokken richting Delhi (blijft een mooie plek om leuke gesprekken te hebben), om daar mijn vlucht naar Mumbai te pakken op dinsdag. In Mumbai heerst een andere sfeer dan in de rest van India, het verschil tussen arm en rijk is hier het duidelijkst aanwezig. Dure auto's rijden er rond en de hoge gebouwen ploppen de grond uit, terwijl het ook het thuis is van de grootste sloppenwijk van Azië en velen tegen een dagloon van max. 3 euro werken. De eerste dag heb ik heel lang gelopen om de stad in me op te nemen: oude victoriaanse gebouwen uit de Britse tijd, het prachtige Taj Mahal hotel en de baai van Mumbai en het duurste huis ter wereld - waarde 1 miljard dollar - om een paar dingen te noemen. Ook een bezoekje aan Elephant Island - oude indrukwekkende beelden van de god Shiva - was vrij aardig, zeker na het lange lopen. De apen zijn er wel heel brutaal: ze jatten alles wat eetbaar of drinkbaar is uit je handen. Wel grappig om apen Fanta te zien drinken.. De donderdag in Mumbai was met name gericht op het bezoeken van de grote sloppenwijk Dharavi met een duurzame organisatie. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het nog heftiger had verwacht, het is er best goed geregeld en er wordt relatief vrij veel geld verdiend met het produceren van verschillende zaken, van kleding tot vuilverwerking, maar uiteraard wonen mensen zeker niet in luxe. We mochten geen foto's nemen, maar de beelden blijven me wel bij van mensen waarvan je weet dat ze hun hele leven in diezelfde armoede moeten blijven werken - tegen een dagloon van 2 tot 3 euro - zonder uitzicht op een veel beter leven. Tijdens de tour leerde ik twee Zwitsers kennen waarmee ik samen met mijn 2 slaapzaalgenoten uit Duitsland en Brazilië die avond lekker ben gaan drinken. De volgende dag was mijn laatste in India en aangezien ik nog geen Bollywoodfilms had gezien leek me dat een goede afsluiter. De film 'Hate Story' was geen typische dansfilm zoals je veel ziet, maar meer een slechte dramafilm vol cliché-thema's en daarnaast was hij ook in Hindi zonder ondertiteling. Gelukkig is de verhaallijn vrij goed te volgen doordat alles er heerlijk dik op wordt gelegd en voor 1,50 toegang en een grote bak popcorn voor 60 cent hoor je mij niet klagen. Ik kreeg net voor het beginnen van de film een telefoontje dat mijn vlucht met enkele uren vervroegd was, dus na de film snel een taxi gepakt en me naar het vliegveld begeven.

Singapore, daar kwam ik op zaterdag 21 april aan na een interessante vlucht met Air India - de film die ik volgde werd uitgezet na een (voor mij) onverwachte tussenstop en deze werd nooit meer afgetoond na het vervolg van de vlucht. En toen stond ik plotseling in een hele andere wereld, Singapore, een kleine, zeer schone staat dichtbij de evenaar. De luchtvochtigheid was al een stuk hoger in Mumbai dan in het noorden van India, maar hier in Zuid-Oost Azië doen ze er rustig nog wat bij. Singapore is niet de meest interessante stad om te bezoeken, zeker niet voor reizigers met een relatief klein budget zoals ik. Prijzen voor eten zijn iets beter dan in Nederland, maar daarmee heb je het ook wel gehad. Bier is er overal heel duur en uiteraard wil je wat van de skyline zien vanuit een hoge bar in een of ander fancy hotel. Ik had het genoegen om kennis te maken met een Oostenrijker die eerder daar had gestudeerd en op doortocht was naar Australië, zodat hij me de stad kon tonen. We kwamen daardoor in de hotelbar op de 70e etage van het Swiss Ôtel terecht voor de beste uitzichten over de stad en later in een klooster dat is omgebouwd tot horeca om wat Premier League voetbal te kunnen kijken - daar lijken ze hier overal fan van te zijn. Ook staat Singapore bekend om haar vele winkelcentra vol met Prada, Guchi en alle andere wereldmerken, waarbij het temperatuurverschil tussen buiten en binnen zo'n 20 graden is door de airco die overal vol aanstaat. Op maandag ging ik op weg naar het vliegveld om mijn neef Menno op te vangen in deze ook voor hem nieuwe wereld. Samen reizen is een hele andere ervaring dan alleen. Het maakt het een stuk makkelijker, want met z'n tweeën verveel je je nooit, maar wellicht ben je minder met je omgeving bezig dan wanneer je alleen bent. En aangezien ik ook achter ben geraakt met het bijhouden van mijn persoonlijke boekje zullen de volgende weken wat beknopter worden, al zullen de meeste lezers daar wel blij mee zijn ;) We hebben in ieder geval het dakterras van het Marina Bay Hotel bezocht, zijn het casino ingegaan in de mall ernaast - maar konden onze inzet helaas niet in goud omzetten, waardoor we een nutteloos boottochtje door het winkelcentrum maar hebben overgeslagen. Ook zijn we het natuurpark midden in Singapore ingegaan en hebben we direct ons dag/nachtritme verpest door beide laatste halve finales van de Champions League te gaan kijken, welke om kwart voor drie 's nachts begonnen. Op donderdag zijn we richting Kuala Lumpur vertrokken, weer een miljoenenstad vol winkelcentra met airco. Ik was er enorm verkouden van geworden, dus toen had ik wat afleiding nodig om er vanaf te komen - samen met de vele strepsils. Die afleiding vonden we in het pretpark - inclusief 800 meter lange achtbaan - dat zich in een winkelcentrum bevond. We waren plotseling weer tien jaar jonger, zoals we in de botsautootjes tekeer gingen, heel geinig. Die avond nog de hoge tv-toren opgegaan met uitzicht over o.a. de bekende Petronas-torens.

Daarna waren we wel een beetje klaar met de grote steden en vonden we het tijd het binnenland van Maleisië in te gaan, naar de Cameron Highlands, een gebied dat door de Britten is omgevormd tot grote theeplantages. De temperatuur was er zeer aangenaam, met zo'n 20 graden en 's nachts had je zelfs een deken nodig, ongehoord :) We hebben er brommers gehuurd en zijn zelf het gebied gaan verkennen. Als twee heren die nog nooit op brommers hadden gezeten werden we in twee dagen en zo'n 150 kilometer verder aardig volleerd. Prachtig om op bepaalde stukjes de 90 km/u te kunnen aantikken, mocht dat ik Nederland maar, dan had ik er allang een gehad. Na ook nog een ochtendtour naar een indrukwekkende zonsopkomst zijn we op 30 april vertrokken richting enkele van de mooiste eilanden van Maleisië: de Perhentian Islands. Onderweg ernaartoe zaten we in de bus met drie Zweedse meiden waarmee we de dagen erna veel zijn opgetrokken, samen met nog een Finse en een Frans-Canadees die we op het eiland zelf ontmoetten. Het was heerlijk genieten van de brandende zon - je ontkwam niet aan een verbrande rug - en de blauwe zee en mooie stranden. Ik hoef hier niet zoveel woorden aan vuil te maken, lekker luie dagen zonder enige verplichting. Een hoogtepunt hier was een snorkeltochtje rondom de twee eilanden, waarbij we de prachtige koralen vol met exotische vissen konden zien, vegetarische haaien hebben achtervolgd, een paar enorme schildpadden gezien en enkele roggen. Echt iets om vaker te doen dus nu we de kans hebben hier! Na vier dagen op de eilanden gingen we afgelopen vrijdag weer op pad, ditmaal richting Thailand. We wilden zo snel mogelijk door naar Bangkok, omdat het zuidelijke deel van Thailand niet bekend staat om haar goede veiligheidssituatie. Echter hadden we pech. De eerste dag kwamen we net te laat in de grensstad aan om nog een trein te kunnen halen en de trein die we vervolgens boekte voor de volgende dag reed door een omgevallen goederentrein niet meer en toen was het alweer te laat om een bus naar het noorden te regelen. Dus twee nachten in een duf stadje - Sungai Golok - dat o.a. bekend staat om haar prostitutie-industrie, met name voor Maleisische mannen die in eigen land niet aan hun trekken komen. Toen we naar een karaokebar gingen moesten we dan ook moeite doen om niet steeds aandacht te krijgen van deze dames, want het zijn er meer dan dat er klanten voor ze zijn. We ontmoetten ook een vies Amerikaans mannetje dat de prijzen net iets goed wist om zijn verhaal geloofwaardig te maken dat hij er nooit gebruik van maakte. We konden niet snel genoeg vertrekken daar, zeker nadat onze tweede hotelkamer in het stadje ons verblijdde met een zevental kakkerlakken in de badkamer die na het aanzetten van het licht het op een lopen zette richting de slaapkamer..

De bustocht naar Bangkok was een fraaie 18 uur opgepropt zitten, gelukkig met geregelde plas-/eetpauzes. Door de vertraging van een dag en de al geboekte doorreis naar noord-Thailand hadden we maar een dagje de tijd in Bangkok. De tijd ging met name op aan het zoeken naar een reisgids, het discussiëren over goede prijzen met tuktuk-chauffeurs en het ondergaan van een original Thai massage - heel fijn, daar halen we er meer van de komende tijd ;) En 's avonds de trein naar Chiang Mai, om daar veertien uur later aan te komen. Dat was gisteren. Vandaag hebben we een kookcursus Thais gedaan, heel gezellig, maar wel erg basic en veel te veel eten :) Wij hebben hier nu even een rustige avond. Buiten regent en onweert het keihard en we bereiden ons voor op een driedaagse tocht door de omgeving hier, inclusief olifanten, raften en de hele poespas. Moet leuk worden, ondanks de voorspelling van drie dagen grote kans op fikse onweersbuien..!

Groeten uit Chiang Mai, ook van Menno!

Dag 26: Varanasi en de 2 weken ervoor!

Dag 26 alweer! Nog maar een klein weekje en ik zit in het vliegtuig naar de volgende bestemming buiten India, Singapore. En het is pas mijn tweede echte update, mijn welgemeende excuses! Het is dan ook wel een lang verhaal geworden, skimmen wordt aangeraden :) Momenteel bevind ik me in één 's lands meest heilige plekken, waar vele mensen naartoe worden gebracht na overlijden om in de heilige rivier de Ganges te worden gecremeerd - of wanneer je bv. een (overleden) zwangere vrouw bent of gebeten bent door een cobraslang(..), of als priester door het leven bent gegaan zonder enige vorm van crematie het water in wordt gelaten - met daaromheen verschillende rituelen om de goden je een goede reïncarnatie te geven. Het is best bijzonder om zulke zeer persoonlijke aangelegenheden met eigen ogen te kunnen aanschouwen; maar daarnaast is het weer ontnuchterend als je een paar meter verderop kinderen cricket ziet spelen, straathonden achter elkaar aan ziet rennen, overal doorheen blaffend en er een overschot aan boottochtjes wordt aangeboden om het schouwspel vanaf het water te kunnen bekijken. Een gekke plek, waar ik naar alle waarschijnlijkheid nog lang niet op ben uitgekeken als ik hier morgenavond weer moet vertrekken om de nachttrein naar Delhi (en het vliegtuig door naar Mumbai) te halen.

Laten we eens terugkijken naar wat deze laatste twee weken mij gebracht hebben en welke afstanden ik wel niet heb afgelegd (zie ook: www.tripline.net/companjen). Bij mijn vorige stukje was ik net gearriveerd in de prachtige stad Jodhpur, waar ik onderdak had in een heel mooi verzorgde, eeuwenoude 'haveli' ofwel typisch Indiaas/Pakistaans woonhuis met binnenplaats dat is omgebouwd om te dienen als hostel. Dit stond zeer dichtbij het grootse paleis van de koninklijke familie van Jodhpur, waar ik dan ook gelijk de volgende ochtend naartoe ben gegaan en wat me als historisch gebouw in India als één van de indrukwekkendste is bijgebleven, zeker in combinatie met het uitzicht. Vanuit één van de tuinen rondom het paleis werd de gelegenheid geboden nog wat spektakel toe te voegen door in een tuigje van zes verschillende punten een kabelafdaling te maken. Zeker de moeite waard als je wat dieper in je buidel wilt tasten, wat ik uiteraard heb gedaan. In Jodhpur heb ik leuke mensen - het stikt hier vooral van de Noord-Europeanen; Duitsters, Engelsen, Fransen en Scandinaviërs, naast de enkele Nederlander en Belg - ontmoet waarmee ik de hoogtepunten van de stad heb kunnen bekijken. Toch is India niet het beste land om als alleenreiziger rond te trekken; vervoer en dergelijke is geen enkel probleem, het meeste wijst voor zich, maar door de afwezigheid van slaapzalen in vrijwel alle hostels en doordat veel reizigers in stelletjes op pad gaan is het toch lastiger om overal goede contacten te krijgen. Op die momenten - als ik even geen trek meer heb in een tempel of de hitte van de middag - richt ik me dan ook met liefde op films waar ik nog niet aan was toegekomen (een laptop onderweg is erg fijn) of een goed boek op mijn e-reader (The White Tiger en Shantaram geven een goed beeld van India, mocht je tijd hebben..) En ik kan je verzekeren: hoe mooi bepaalde plekken in India ook zijn, de meeste bezoekers hebben om de zoveel tijd iets nodig om afgeleid te worden van de vele indrukken die je krijgt in dit land. Al is het maar door de aandacht die je van alle kanten krijgt, uit interesse en uit verkoopdrang, omdat er nu eenmaal zoveel onderlinge concurrentie is om dezelfde goederen en diensten aan de man te brengen (wel altijd 'very cheap price, sir!' natuurlijk). Ook is het op veel plekken op straat een bende; het zit diep in de cultuur om alle gebruikte etenswaren en verpakkingen op straat te gooien (of dit nu gewoon langs de straat is of boven op een berg, dat maakt bar weinig uit) en daardoorheen lopen straathonden en koeien en hier en daar een geit of een varken, wat toch een beetje vies is, vergeleken met onze westerse methoden. Ik heb dan ook geen idee hoe diep de typisch Indiase geuren in mij zijn getrokken, want mijn neus is er inmiddels wel aardig aan gewend geraakt. Op de laatste avond in Jodhpur dacht ik rustig te kunnen gaan kijken naar de festiviteiten in de straten van het centrum, maar net daarvoor kwam ik een Indiase man van een jaar of 30 tegen die voorstelde om even een biertje te gaan drinken. Met die woorden heb je mij snel mee, en hij wist nog wel een leuke plek. Dus ik achterop de scooter, waarna hij mij zodanig ver de stad uit had meegenomen naar een hotel-restaurant aan een meer dat ik niet zomaar kon vertrekken. Achteraf gezien had ik hem al direct moeten manen om te stoppen, maar het koude bier lonkte en ik dacht dat hij wel genoeg te besteden had om daar te zijn. Dat bleek toch minder waar en na eindeloos geouwehoer (zijn hele levensverhaal kwam voorbij, daarnaast weet ik nu ook wat de beste en de zeker te mijden voorletters voor een vriendin voor me zijn en hij kon uit mijn handen lezen hoe mijn verleden en toekomst er ongeveer uitziet/-zag) en ieder 3 grote bieren en een kleine maaltijd te hebben gehad werd mij de rekening van zo'n 24 euro gepresenteerd, terwijl hij plotseling zei geen geld bij zich te hebben. Dat kan ik toch slecht hebben op zulke momenten, omdat het hem er blijkbaar om te doen was op andermans zak te leven. Zulke momenten schaden het vertrouwen in de gemiddelde Indiër en gaf mij een wijze les om dergelijke situaties voortaan bij voorbaat uit de weg te gaan.

De maandag erna was een redelijk verloren dag, omdat ik 8 uur lang in een overheidsbus heb doorgebracht om in Udaipur te komen. De afstand van Jodhpur naar Udaipur is rond de 200 km, maar diverse stops, een beperkte maximumsnelheid en een heuvelachtig landschap zijn genoeg redenen om je even onderweg te houden - al is de totaalprijs van nog geen 3 euro ook wel een indicatie ;). Udaipur is wel een zeer mooie stad met een groot kunstmatig meer in het midden, waar ik een kamer met balkon op uit had kijken. Het is de stad die figureerde in de James Bond film Octopussy en daar zijn ze trots op (gezien de verschillende plekken waar de film na al die jaren nog steeds dagelijks wordt gedraaid). In Udaipur heb ik 4 dagen verbleven en ben ik enkele dagen op pad gegaan met de Engelse Dave - een lasser die van plan is tenminste 2 jaar rond te reizen - en Japanner Masaru - aankomend leraar Engels (al had ook hij als vele Japanners met hem moeite met het uitspreken van de 'l') die net een half jaar in Australië had gestudeerd. Door de hitte en de afwezigheid van een zee was het een verademing om in de buurt een zwembad op te kunnen zoeken. Daarna hebben we met een kabelkar de Sunshine mountain bezocht voor de nog betere uitzichten over de prachtige stad. Op donderdagavond was het tijd voor een speciale versie van mijn favoriete drankje in India, Bang lassi. Hierin zit de enige (op sommige plekken in India, de 'Bang cities') legale drug verwerkt die je stevig aan het lachen maakt. Ik kon India niet bezocht hebben zonder daar iets van gehad te hebben, na alle goede verhalen. Tijdens de nacht die erop volgde was slapen geen probleem en de vrijdag kwam langzaam op gang. We hadden wederom behoefte aan een zwembad en het bleek dat de eigenaar van ons hostel in een dorpje 16 km verderop een klein resort tussen de bergjes aan het bouwen was waar zich een fijn bad bevond. Na wat miscommunicatie tussen hem en ons zijn we uiteindelijk met een autoriksja op pad gegaan (voor 9 euro op en neer, vindt dat maar eens in Nederland..), maar na zo'n 12 km begon het onheil. De motor hield er mee op en was met geen mogelijkheid meer aan de praat te krijgen. We hebben op die plek tenminste een uur gestaan met uiteraard alle dorpskinderen geïnteresseerd, maar ook duidelijk verveeld om ons heen, waarna we met een bus een stukje verder konden. De riksjachauffeur had ons gezegd dat er een collega ons bij het zwembad op zou komen halen na verloop van tijd. Toen we uiteindelijk na 2 uur en 15 minuten bij het bad aankwamen hadden we dat ook wel echt nodig.. Anderhalf uur later stonden onze twee chauffeurs voor de poort om ons alweer terug te brengen. Dit bleek ook allemaal niet zo soepel te gaan, want de tweede chauffeur - die ook nog eens twee vrienden mee had genomen, ze hebben niet altijd wat te doen hier..- moest de kapotte riksja terug naar Udaipur duwen met zijn uitgestoken been. Nog geen halve kilometer later viel ook zijn kar uit, waarvan de reparatie ook weer zo'n 45 minuten in beslag nam. Al met al zijn we zo'n 6,5 uur weg geweest, waarbij 1,5 uur zwemmen dan toch wat schamel is. Kwaliteitspul hier in India!

Op zaterdag ben ik in alle vroegte met de trein vertrokken naar Pushkar, een bedevaartsoord voor Hindoestanen. Ik heb er het weekend doorgebracht, met als hoogtepunt de klim de berg op naar de Saraswati tempel. Vroeg op de ochtend de languitgestrekte trap op en vervolgens genieten van het wijdse uitzicht over de omgeving, erg mooi! Ook zijn de apen die op veel plekken in het het wild lopen hier erg tof. Je kunt er noten voor kopen, die zodra deze in hun blikveld komen onmiddelijk worden opgeëist. De honden bovenop de berg waren niet zo gecharmeerd van de harige bezoeker en gingen direct achter hem aan, maar apen zijn over het algemeen wat sneller van geest en weten de achtervolger snel van zich te ontdoen. Op maandag heb ik mijn pad vervolgd naar de wat grotere stad Jaipur, of de 'Pink city' (al vind ik de kleur meer op oranje lijken dan roze, maar ik heb ze maar niks gezegd ;)). Jaipur is niet heel bijzonder, buiten enkele koninklijke gebouwen, dus ben ik op dinsdag erop uit getrokken om in het dorpje Amber de tocht naar een kasteel boven op een heuvel te maken, in de brandende zon, echt genieten.. Gelukkig was er daar wel water te koop (iets wat niet overal het geval is op monumentterreinen om een of andere vage reden), want dat had ik hard nodig. Het leuke van zulke door westerlingen minder bezochte toeristische attracties zijn de 'gidsen' (soms zijn het ook politieagenten die wat extra willen verdienen) die zich aanbieden zonder dat je er eigenlijk om hebt gevraagd die vanzelf een verhaal gaan vertellen. Tussen de woorden die uit hun mond komen versta je een deel, maar er zijn ook zinsgedeelten waar weinig van is te maken, waarbij elke zin wordt afgesloten met 'no problem, come come..!' Best vermakelijk :) Afgelopen woensdag kwam de dag om de bus te pakken richting Agra, de stad van de Taj Mahal. Het hostel dat ik geboekt had, had prachtig uitzicht op dit wonderbaarlijke gebouw en ik kon dus al wat mooie beelden schieten voordat het de volgende ochtend in alle vroegte zover was om het van dichtbij te bekijken. In het hostel waren enkele hele aardige lui waar ik de Kingfisherbiertjes mee deelde, waaronder de Nederlandse Clare waar ik de dag erna ook mee heb doorgebracht. Tevens was er een Fransman die zich niet helemaal thuis voelde in India en een boek over zijn ervaringen wilde laten publiceren na thuiskomst. Clare en ik moesten daar toch wel een beetje om lachen (we konden ons slecht voorstellen dat daar lezers voor te vinden waren), zeker ook om de opmerking dat hij liever twee maanden in een Franse gevangenis wilde doorbrengen dan nog eens (gratis!) twee maanden in India te hoeven zijn.. India is niet voor iedereen. Die avond ging het onweren en keihard regenen, maar daardoor konden we de verder niet verlichtte Taj Mahal bij elke flits zien oplichten, zeer indrukwekkend! Het bezoeken van de Taj op een redelijk rustig tijdstip is een kwestie van heel vroeg opstaan en in de rij aansluiten, waarna om 6 uur de poorten opengaan en het je vrij staat om teveel foto's uit alle hoeken en standen te nemen. Niet voor niets de meest bezochte plek van India, adembenemend. Na 's middags Agra Fort te hebben gezien (welke teleurstellend is na de Taj) heb ik uiteindelijk flink moeten haasten om mijn trein naar Varanasi te halen. Ik deed nog even een biertje waarna ik iets minder dan 2 uur had om bij het treinstation van het 20km verderop gelegen Tundla te komen. Dat bleek toch wat krap, zeker per bus. Toen er maar geen bus wilde vertrekken ben ik een uur voor de treinvertrektijd op een autoriksja gestapt en zijn we zonder licht(..!) de tocht over de snelweg gaan maken waarbij ik steeds op mijn horloge bleef kijken. Om twee minuten voor de oorspronkelijke vertrektijd kwam eindelijk het station in zicht en rende ik als een bezetene de trappen op om er op het perron achter te komen dat de trein een half uur vertraagd was.. Heb er nog geen app voor kunnen vinden zoals die van de NS in Nederland :p En nu dus al enkele dagen in Varanasi, waar ik straks een vriend van vrienden van me ontmoet die toevallig ook hier is deze dagen. Laat de koude biertjes en uitzicht over de Ganges maar komen! Tot later!

P.s. Er werd de laatste keer gevraagd door Doolaard gevraagd hoe het eten hier is. Ik vind het zelf heel lekker, al is afwisseling met westers eten best fijn. Ik heb een kookboek gekocht, dus zal bij thuiskomst wat kunsten laten zien ;) Tot die tijd moet je het hier maar even mee doen: en.wikipedia.org/wiki/Indian_cuisine

De eerste week in India

Ongelooflijk dat de eerste week alweer voorbij is; maar ik heb dan ook al aardig wat gezien en dagen gaan hier hard. Momenteel zit ik met mijn laptop op het dakterras in een hostel in Jodhpur, provincie Rajasthan, waar ik sinds enkele uren verblijf en wat voor de volgende 2 à 3 nachten mijn uitvalsbasis zal zijn in deze stad - met de bijnaam 'de Blauwe Stad'. Die bijnaam verdient het zeker, want een groot deel van de huizen is hier ook werkelijk blauw en vanaf het dakterras heb ik daar fantastisch zicht op, echt een briljante plek. Ik heb gelukkig een laptop met een goede accu die is opgeladen, want ik werd net overvallen door de eerste stroomuitval sinds mijn aankomst in India. Rajasthan is één van de 28 provincies van India met een populatie van zo'n 70 miljoen mensen en door de flinke droogte in deze regio wordt nog al eens bespaard op energie heb ik van horen zeggen. Dat wordt nog leuk dus, want na enkele minuten zonder ventilator ga ik al zweten... En dan zal dit nog het land zijn met de laagste luchtvochtigheid van de trip en de hitte van de zomer komt nu pas sinds enkele dagen aankloppen :)

Na mijn vorige verhaaltje in Delhi heb ik die stad tot en met zondagavond uitgebreid in me opgenomen. Op donderdag was ik nog flink uitgeput van de korte nachten in de week ervoor, dus was ik aardig vatbaar voor mooie verhalen van Indische praatjesmakers. Het nare van deze verkopers - met name in Delhi en andere echt toeristische gebieden waar mensen goed Engels spreken - is dat ze zo redelijk overkomen (bv. werkend voor een NGO en daar allemaal mooie verhalen over ophangen) en hun verhaal langzaam naar een verkooppraatje toebuigen of helpen je te brengen naar het 'officiële' toeristenbureau.. Daar aangekomen - je voelt de nattigheid direct als je het shabby gebouwtje ziet waar je naartoe bent gebracht - wordt er door iemand anders op je ingepraat tot je uiteindelijk het eindbedrag hoort waar ik als single traveller bij lange na niet aan wil komen en moet je met moeite uit het gebouwtje vluchten. Heerlijk als het enige dat je wilt na al die uren metro's en lopen slapen is. Wat dat betreft is het verstandig om altijd uitgeslapen op stap te gaan, gelukkig kan dat dan ook prima op zo'n reis. De hoogtepunten van Delhi waren in de dagen erna een riskja-rit door de smalle straatjes van Old Delhi waar zich een enorme markt bevindt (Chandni Chowk) die is ingedeeld in gebieden met verschillende marktwaren. Het is de afgelopen maanden - officieel tot eind maart - het huwelijkseizoen geweest, waardoor een bepaald gebied vol gewaden en sieraden werd overlopen door aanstaande bruiden en bruidegommen om er een zo'n kleurrijk mogelijk feest van te kunnen maken. Mijn riskjachauffeur nam me als laatst mee naar een dak boven de markt om uit te kunnen kijken over een groot gedeelte van de stad en de krioelende mensen in de straten, prima fotomateriaal. Een ander hoogtepuntje was de tempel/moskee Qutab Minar waar ik op vrijdag mijn eerste mede-Nederlander (Honorah) tegen het lijf liep die al enkele maanden had gereisd door India en nu voor een project in New Delhi was gestationeerd. Ik heb mijn bezoek aan Delhi met stijl afgerond door op zondagochtend een fietstocht - opgezet door een Nederlandse journalist, hoe kan het ook anders - mee te rijden door de straten van verschillende stukjes van de stad. De tocht begon al om half zeven en aangezien mijn hostel niet in het centrum was moest ik voor dag en dauw opstaan. 'Helaas' was er de dag ervoor net een nieuwe toerist uit België, Sebbas, bij het hostel ingecheckt waarmee ik te lang bleef ouwehoeren. Hierdoor sliep ik compleet door mijn wekker heen en werd ik na zessen wakker. Als een idioot - met mijn Indiase sim-kaart (ben momenteel bereikbaar op +919873789367) - naar de gids gebeld, snel aangekleed, naar buiten om op zoek te gaan naar een taxi. Na ruim 10 minuten kwam er pas een fietsriskja langs die mij naar een taxistandplaats kon brengen. Daar aangekomen moest een taxichauffeur, die permanent in een tent woont naast zijn bedrijfswagen, gewekt worden zodat ik me uiteindelijk zo'n 10 minuten na de uiterste vertrektijd bij de oranje fietsen kon bijvoegen. Heerlijk stressen op de zondagochtend dus.. Maar het was de moeite waard, want de fietstocht was leuk.

Op zondagavond ben ik - na op zaterdag op het station enkele treinkaartjes voor de komende weken te hebben gekocht - met de nachttrein naar Bikaner gereisd. Leuk van die 11,5 uur durende tocht was het contact dat ik kreeg met mijn coupégenoten uit India die toevallig allen op zakenreis waren (steen- en aircohandel). Daardoor kon ik de echte verhalen horen over problemen die zorgen dat het land niet aan de westerse standaarden kan tippen en zelf verhalen over Europa vertellen. In Bikaner aangekomen vond ik een leuk hostel waarvanuit kamelentochten werden georganiseerd de woestijn in. Ik kon me voegen bij een groepje van 4 Duitse studenten waarna we op dinsdagochtend per jeep vertrokken naar de startplaats. We werden vergezeld door 6 Indiërs, waarvan 1 een Engelssprekende gids was en 2 kinderen van 11 en 13 jaar oud waarvan we vermoedden dat zij niet meer echt naar school gingen, ondanks het verhaal dat ze nu toevallig vakantie hadden. Twee kameel met wagen en drie kamelen (of eigenlijk drommedarissen) voor ons vijven maakten de karavaan compleet. Het was een heerlijke ervaring om weer eens te kunnen slapen onder de sterrenhemel en elke lunch en diner overladen te worden met geweldig Indiaas eten. Toch denk ik dat ik in de komende 10 jaar zeker geen behoefte meer heb om per kameel vervoerd te worden, want comfortabel is dat zeker niet. Ook werd het steeds warmer, waardoor je je snel moe wordt en je dan maar op de wagen ging liggen met voldoende water uit de meegebrachte flessen. Op de tweede dag werd een van de Duitse jongens ziek en heeft hij de hele dag - uitgezonderd de lange pauze tijdens de warmste uren van de dag - op de wagen gelegen en is hij 's avonds voortijdig naar het hostel teruggebracht. Ikzelf ben tot nu toe nog kerngezond en hoop dat uiteraard te blijven, want er is nog heel veel te zien in dit gigantische land waarvan ik maar een miniscuul deeltje kan bekijken in die maand hier. Toch is dat niet zo erg, want met name het meemaken van de Indiase cultuur is interessant; die tempels en forten in elke stad heb je na verloop van tijd wel gezien.. Gistermiddag, na de laatste kilometers door de woestijn te hebben gestruind, hebben we nog een bezoek gebracht aan een tempel die overladen is met ratten, waarvan geloofd wordt dat zij reïncarnaties zijn van voorouders. Best een gewaarwording, maar de ratten zijn goed gevoed, zodat onze tenen het niet hoefden te ontgelden. Na gisteren een rustig avondje te hebben gehad ben ik vanochtend op pad gegaan met de bus naar Jodhpur. Ook belangrijke wegen zijn hier maar tweebaans, dus ik ben voldoende keren van de schrik bekomen als we net geen frontale botsing maakten met een tegenligger na een gevaarlijke inhaalmanoeuvre. Ruim zes uur in de bus is dan toch best lang en er zullen nog genoeg ritjes van die orde van grootte volgen. Super!

Vanavond ga ik Jodhpur verkennen en kijk ik uit naar mijn volgende Indiase maaltijd. Life's perfectly fine in India!

P.s. het beknopt schrijven waarover ik de vorige keer schreef wordt uitgesteld tot een volgende update, misschien, ergens, ooit... Of niet, we zien wel! Bedankt voor de reacties bij het vorige stuk. En ik hoop snel wat foto's te kunnen uitzoeken voor op deze site en op Facebook..